Zoetheid als herinnering aan gedragen worden
Zoetheid is vaak één van de eerste verlangens die opduikt wanneer we moe zijn, emotioneel geraakt, uit balans of gewoon even leeg. Toch wordt dit verlangen in onze huidige voedingscultuur snel bekeken door een lens van controle: te veel, niet goed, oppassen.
En toch…
Vanuit oude gezondheidstradities wordt zoetheid niet gezien als iets verdachts, maar als iets fundamenteels.
In zowel Ayurveda als Traditionele Chinese Geneeskunde (TCM) is zoet één van de vijf basissmaken. Niet toevallig is het ook de smaak die we als mens als allereerste leren kennen. Via de moedermelk ervaren we zoetheid als warmte, voeding, veiligheid en verbondenheid. Zoet is, nog voor het rationeel wordt, een ervaring van gedragen worden.
Misschien raakt dat iets diepers aan dan enkel smaak.
Wanneer het lichaam om zoet vraagt
Wanneer we zin krijgen in iets zoets, kan je dat bekijken als een signaal. Geen zwakte, geen gebrek aan discipline, maar een vorm van communicatie.
Binnen de TCM wordt zoet gekoppeld aan het Aarde-element, dat verbonden is met de milt en de maag. Deze organen spelen een centrale rol in:
-
vertering
-
energie-opbouw
-
het gevoel van stabiliteit en centrering
Een milde, natuurlijke zoete smaak helpt dit systeem te verzachten en te voeden. Het ondersteunt herstel, vertraagt, en brengt het lichaam terug naar een gevoel van midden en rust.
Ook in de Ayurveda wordt zoet gezien als:
-
opbouwend voor de weefsels
-
kalmerend voor het zenuwstelsel
-
ondersteunend bij vermoeidheid en uitputting
Zoet wordt daar niet gezien als overdaad, maar als bedding.
Zoetheid zonder voeding
Wat ik zelf vaak opmerk — en wat ik ook hoor in gesprekken met anderen — is dat de zin in zoet soms blijft, zelfs nadat we “iets zoets” hebben gegeten. Er is dan wel een zoete smaak geweest, maar geen echte verzadiging.
Vanuit een holistische invalshoek zou je kunnen zeggen dat het lichaam dan de smaak heeft gekregen, maar niet de voeding.
In zowel TCM als Ayurveda wordt benadrukt dat wanneer een bepaalde smaak gevraagd wordt, het lichaam ook nood heeft aan de kwaliteit die bij die smaak hoort. Niet alleen de prikkel op de tong, maar ook:
-
warmte
-
structuur
-
energie
-
voedende substantie
Wanneer zoetheid los komt te staan van voeding, kan de vraag blijven terugkeren. Niet uit honger, maar uit een vorm van onvervuld blijven.
Natuurlijke zoetheid als vorm van zelfzorg
Voor mij voelt zoetheid het meest ondersteunend wanneer ze voorkomt in haar natuurlijke context:
-
rijp fruit
-
granen of groenten met een zachte zoete toets
-
melk of plantaardige alternatieven
-
warme bereidingen die het lichaam niet doen samentrekken
Dit soort zoetheid draagt iets afgeronds in zich. Ze nodigt uit tot vertraging, tot landen in het lichaam. In oude tradities wordt niet voor niets gezegd dat zoet harmoniserend werkt — zolang het niet extreem of geïsoleerd wordt.
Zoetheid kan dan een vorm van zelfzorg worden, in plaats van iets wat we moeten controleren of corrigeren.
Luisteren naar de taal van het lichaam
Misschien ligt de uitnodiging niet in het onderdrukken van verlangens, maar in het begrijpen ervan.
Niet alles wat zoet is, dient geweerd te worden. En niet elke vraag om zoet vraagt om een vervanging.
Zoetheid kan een ingang zijn om opnieuw te leren luisteren:
-
naar vermoeidheid
-
naar emotionele noden
-
naar het verlangen naar zachtheid
Voor mij gaat dit niet over regels, maar over relatie. Relatie met voeding, met het lichaam, met de signalen die ons proberen te begeleiden.
Reactie plaatsen
Reacties